Vandaag beleefde de baas een bijzonder avontuur met Hunter. Zoals bekend wordt Hunter wat actiever in het aftasten van de grenzen. Op aanraden van de trainer en Paula (van Die Hage tot Gouwe), laten de baasjes van Hunter ‘m wat meer in z’n sop gaar koken in ‘moeilijke’ situaties. Het idee is dan dat op goed moment vanzelf het kwartje bij Hunter valt.

Dus als Hunter weer een ontmoeting met een zwaan heeft, een keer roepen, een keer fluiten en dan doorlopen. Hij moet vanzelf komen. Bij spelen met andere honden: hetzelfde recept en als baas ‘vol verwachting’ blijven doorlopen. En warempel, het werkt. Je moet als baas wel sterk in je schoenen staan en diep vertrouwen hebben in je hondje. Want de afstand tussen ‘plaats delict’ en je eigen positie wordt soms wel (heel) erg groot.

Maar dan vandaag. Onderaan de dijk langs het Gooimeer ligt een mooi uitgestrekt veld met een schelpenpad. Hunter en z’n baas genieten van een zonovergoten middag. In de verte doemt een baasje met een kleine hond op. Hunter zet zich even schrap en loopt dan op z’n gemak naar het hondje en begint enthousiast te spelen. De baas laat de andere baas weten dat Hunter in training is en dat z’n baas zal doorlopen. Zo gezegd zo gedaan. Er is direct en vol oogcontact als de baas Hunter roept. Hij staat zelfs even stil. Kort daarna een fluit er achteraan en de baas gaat op pad. Het hele schelpenpad af. En Hunter ook, maar dan de andere kant op. Jemig wat is Hunter ver weg. Nog even een fluitje ter herinnering. De wind staat dwars op het veld. Zou hij de fluit wel horen? Nog maar een keer. En nog een keer.

Ergens in de verte ziet de baas Hunter in volle draf links afslaan, richting huis. De baas beseft dat de ‘verlatingsaanpak’ deze keer niet werkt. Maar waar is Hunter naar toe? Waarschijnlijk naar huis. Met die gedachte houdt de baas zijn nervositeit onder controle. Die zit natuurlijk thuis voor de deur te wachten. Toch? Toch? Tjee wat is de schelpenpad toch lang. Aan het einde van de afslag naar links van het schelpenpad, ligt een veld met bomen en wat huizen er omheen. Twee tieners staan er wat te kletsen. Links van hen, in de schaduw onder een boom, ligt meneer op z’n gemak. Pffft, gelukkig!

Opgelucht en dichtbij genoeg voor oogcontact probeert de baas de gezagsverhouding weer te herstellen. Een korte deun op de fluit met het ‘kom voor’-gebaar met een snoepje in de hand. Als een sfinx blijft Hunter onbewogen liggen. Hij vindt het wel prima zo. Dienstweigering dus. En wat is dan de juiste aanpak voor de baas? Die besluit Hunter volstrekt te negeren en gaat op weg naar huis. Hunter reageert door te volgen en komt weer bij de baas in de buurt. Er volgen geen commando’s meer. In de tuin aangekomen neemt Hunter positie op het grasveldje. Hij krijgt water aangeboden en wat later z’n voer met het gebruikelijke wacht-ritueel. Dus: netjes blijven zitten met de voerbak voor z’n neus,  de baas loopt weg, de baas komt terug, en pas bij het commando ‘vrij’ mag Hunter gaan eten. En dat gaat dan weer helemaal voorbeeldig!

Zou dit avontuur een aankondiging van een vroege pubertijd zijn?

Advertenties